|
De volgende
morgen vertrokken we in de regen via Lille en Reims richting het zuiden.
Via météo France hadden
we gezien dat Die net onder de grens van slecht
naar mooi zou liggen. Gedurende de rit werd het wel droger, maar de
temperatuur bleef maar beneden de 10˚ en dat
vonden we toch wel wat koud. Carienne vond dat we maar door moesten
rijden totdat het 21˚ zou
worden, maar dat hebben we niet gehaald. Het werd tenslotte camping
Aux Rives du Soleil
in Pont de Vaux (C) even ten noorden van Macon. In principe
hadden we afgesproken geen tolroutes te nemen, maar daar waren we
vandaag maar vanaf geweken om zo snel als mogelijk zuidwaarts te rijden.
Het weer zou daar de volgende dag volgens dezelfde météo prachtig en 25˚
zijn.
We verlaten bij Tournon de tolweg en gaan richting
de Drôme. Daar hebben we een aantal dagen op camping
“Le Lac Blue” (D) gestaan in
Châtillon en Diois 12 km ten zuiden van Die.

Lac Bleu is niet meer dan een
lang grindgat omzoomd door rietkragen en vol met vis, een waar paradijs
voor de hengelaar. In de nabije omgeving zijn meer van die grindgaten,
maar die zijn nog volop in bedrijf en worden nog afgegraven. Mogelijk
zijn dit in de toekomst nieuwe stekjes voor campings?



De Isère de streek
naast/achter het
Parc National de Vercors ten oosten van Die

Na een paar dagen aan het Lac
Bleu te hebben gestaan verkassen we een kleine 100 km zuidoostwaarts
vanaf de huidige plek, naar het mooie Lac de Serre Ponçon.

We proberen
eerst in het uiterste westen bij de uitgang van het stuwmeer waar de
Durance als rivier weer verder stroomt, camping " La Viste". De plekken
daar blijken, naast dat ze op de barrage uitkijken, ook het dak van het
museum als uitzicht te hebben. Wij vonden het een verstoring van het
prachtige zicht op de lengte van het meer. Wij zijn vervolgens
neergestreken op camping
“Le Roustou”, een aanrader (E)

Doordat de camping
Le Roustou op een soort schiereiland ligt heb je bijna vanaf alle
plekken zicht naar zowel het oosten als de westkant van het meer.
Vanaf het meer van
Serre Ponçon heb je mogelijkheden zat om diverse dagtochten te
maken in de directe omgeving. Verschillende nationale parken met
prachtige bergtoppen in de Alpen, waar sommigen heldhaftig tegenop
fietsen, maar waar ook prachtige wandeltochten te maken zijn. Wij houden
het bij onze vertrouwde auto om die hoogtes te bedwingen. Wij nemen deze
keer N.P de Queyras

In dit Nationale
park ligt ook de Col d'Izoard (2360m). Boven is het rond het vriespunt,
een beetje te koud voor de tijd van het jaar. Doordat het zo koud is, is
het ontzettend helder weer. In het nabijgelegen N.P Écrins liggen
nog hogere toppen zoals de gelijknamige Barre des Écrins en La Meije die
nog ruim 1000m hoger zijn dan deze top en ook regelmatig in de Tour de
France opgenomen worden.

Helaas zijn we
na 2 nachtjes vertrokken omdat we bijna van onze plek geblazen werden
door de combinatie van de Mistral en een Tramontane. We hadden het idee
dat ieder moment de caravan zijn poten zou oplichten. We komen zeker een
andere vakantie naar dit meer en zijn omgeving terug om nog meer van dit
soort tochten te maken. We doen dan ook weer beslist deze camping aan.
We hadden deze vakantie afgesproken met Ingrid en Dirk, die een week
eerder dan wij op vakantie waren gegaan, dat we elkaar zouden bellen
c.q. sms'en als we richting de Luberon zouden gaan. Zij zouden dan vanaf
hun bestemming ook naar de Luberon komen. Zo gezegd zo gedaan. Wij
zouden 2 van te voren afgesproken campings gaan inspecteren en wel in
Cucuron. Het kostte ons al gauw een dikke 4 uur over Sisteron, een
stadje om ook nog eens te bezoeken, voordat we aan de zuidkant van de
Luberon de campings konden keuren. Wij vonden het niets en hadden nog
één boerencamping op het oog, echter dat was weer aan de noordkant van
de Luberon 10 km ten oosten van Apt. Helaas voor ons was een Nederlands
echtpaar ons net voor want daarna was de camping ook vol. Iedereen zakte
vanuit het noorden af naar het zuiden om maar van die koude harde wind
af te zijn. Het had overigens niet uit gemaakt of wij net voor waren
geweest, want dan hadden Ingrid en Dirk er niet
bij gekund. De eigenaresse heeft nog een andere
soortgelijke camping voor ons gebeld, maar ook die was complet. Na
overleg besloten we door te rijden naar Anduze en net als vorig jaar
volgden we de N100 vanuit Apt naar Avignon.
We komen rond een
uur of 7 aan op camping
le Castel Rose (F).
Ingrid en Dirk hadden de kok van het restaurant gevraagd of hij ook op
verzoek iets klaar maakte. Hij ging daar gretig op in en wij konden
aanschuiven bij het menu van de dag: paella. Later die week zou hij nog
coq au vin maken. (die was lekker, maar kon niet tippen aan die Dirk
altijd klaar maakt)

De volgende morgen
is het markt in Anduze en wat eerst leek op een zeer kleine markt alleen
gesitueerd op de hoofdstraat, bleek een zeer uitgebreide gezellige markt
te zijn door vele straatjes van Anduze. Het was redelijk druk met vooral
toeristen. Wat moet het dan al niet zijn in het hoogseizoen. Natuurlijk
pakken we na afloop een terrasje

's Middags zijn Dirk
en ik een eind over de rivierbedding en gedeeltelijk zwemmend door de
rivier een eind stroomopwaarts gegaan. Je loopt dan langs de camping en
de naastgelegen camping L'Arche die beide tussen de rivier en de D907
ingeklemd liggen. Zowel de D907 als het spoorlijntje hiernaast op de
kiek lopen naar Saint-Jean-du-Gard.(foto's "geleend" van I&D)

We maken vanuit Anduze een rit naar
het zuiden met als einddoel Cirque de Navacelles.

Dit ruim 300m diepe
keteldal is door het riviertje Le Vis in de loop der eeuwen uitgeslepen,
zodat er in het midden van de cingle (singel, bocht) een kegel over
bleef. Het riviertje heeft daarna een andere weg gekozen.
Een
andere dag maken we een dagtocht naar
het noorden en volgen vanaf Saint Jean du Gard de de bordjes met de
route "Corniches des Cevennes" en lunchen in het plaatsje Florac,
Onderweg zien we in de verte nog de Mont Aigoual (1567m) de hoogste top
het het NP de Cevennes, waar we vorig jaar overheen zijn gereden.
Mede
dankzij de
ACSI campingcard (of voor sommigen helaas te
wijten aan die kaart) is de camping behoorlijk bezet, zeker gezien de
tijd van het jaar. De bezetting wordt voor 90% veroorzaakt door een
aantal Hollandse grijze duiven zoals wij die noemen, mensen die in het
voorjaar genieten van de camping en dankzij die kaart een aardige
korting krijgen. De boules baan wordt 's avonds dan ook geheel bezet
door Nederlanders. Om 8 uur wordt er afgesproken en wie er dan is loot
mee voor een Jeu.
We vertrekken de volgende dag
richting Montricoux in de streek de Aveyron (dep. Tarn et Garonne). Het
dorpje ligt nog net in het gebied waar het nog heuvelachtig is. Ga je 5
km naar het westen dan wordt het vlak. Deze streek hadden wij nog nooit
bezocht en we namen Montricoux (G) als uitvalsbasis om de streek te
verkennen,
De Aveyron zo bleek is nog niet zo toeristisch als andere
streken in het zuiden zoals de naastgelegen Dordogne en Lot. Hier zijn
de dorpjes nog uiterst authentiek en nog niet helemaal verpest door
drommen toeristen. Alleen Cordes sur Ciel en Puycelsi zijn daar een
slecht voorbeeld van. Door hun ligging zijn het geliefde dorpjes om te
bezoeken.

2 dagen geleden hadden we afscheid
genomen en vandaag kregen we een sms'je dat Ingrid en Dirk naar onze
camping kwamen. Op hun camping municipal in Laguépie, ook aan de Aveyron
en maar 40km van

ons vandaan, waren zij de enige kampeerders. Niet
gezellig dus. Wij waren net met een ritje in de omgeving bezig en
spraken af elkaar voor de lunch te ontmoeten in Saint Antonin Noble Val.
Na een voortreffelijke lunch vertrokken
we naar onze camping en hadden we weer een déja vu m.b.t. het opzetten
van een vouwwagen.

Deze klus hebben wij ook ruim 20 jaar geklaard. Als
je nu zit toe te kijken (ik kon het niet nalaten mee te helpen) zijn wij
toch wel erg blij met onze caravan, alhoewel wij altijd veel plezier van
onze vouwwagens hebben gehad.
De eigenaar van de
camping vertelt ons waar de leuke plaatsen en plekken zijn in de
omgeving die we beslist moeten bezoeken.
Zo ook een paar grotten die
voor toeristen in de omgeving nog niet bekend zijn, maar waar zelfs nog
prehistorische tekeningen te zien zouden zijn. De grotten zijn ietwat
moeilijk te vinden, maar met een Franse beschrijving heeft hij alles
haarfijn opgeschreven. De paden er naar toe zijn goed begaanbaar
verzekerde hij ons. Na veel doorzettingsvermogen hebben de dames
uiteindelijk het juiste pad ontdekt, maar de eerste grot die met een
geel kruis op een boom gemarkeerd was, was voor Dirk en mij met pijn en
moeite te bereiken. Een zeer steil pad omhoog met veel losse stenen gaf
uiteindelijk de ingang bloot. Na 50m was er een bordje in de grot dat
verdere doorgang verbood ivm zogende vleermuizen. Ik durfde sowieso niet
verder. De tweede grot was een nauwe spleet waar je jezelf naar
beneden moest laten zakken, dus dat hebben we maar niet gedaan en de
derde hebben wij niet kunnen vinden. Alle moeite om rotstekeningen te
zien waren voor niets geweest. Moe, maar toch voldaan (ook hier heeft C.
alles gelopen) hebben we geluncht in Bruniquel. Later in de middag
genoten van het zwembad en 's avonds van een lekkere bbq.
Vandaag bezoeken we
Puycelsi en Cordes sur Ciel, beiden gesitueerd op een heuvel. De laatste
is echt een vestingstadje geweest getuige de muur die het stadje nog
ommuurd. De eerste is wat authentieker dan Cordes, alhoewel ook hier in
de zomer veel toeristen komen, zoals de vele parkeerplaatsen tenminste
doen vermoeden. Cordes is voor ons beiden niet te belopen zo steil gaan
de weggetjes in de stad omhoog. Dus pakken we ouderwets de auto en
parkeren bovenaan bij het kasteel.
Zondag 11 juni.
Ik blijf achter op de camping, mijn darmen zijn weer eens spelbreker.
Dirk, Ingrid en Carienne gaan naar de markt in Saint Antonin. Op de
terugweg nemen ze de route van de Gorges de Aveyron.Moeder kip komt
ons, nu met 6 eendenkuikens een 2e bezoek brengen.
's Middags om 3
uur installeren we ons voor de tv om de 1e WK wedstrijd van Nederland te
zien.
De volgende dagen luieren we
lekker op de camping, genieten we van het heerlijke weer en het zwembad
en elke avond een bbq of zoals hier op het plaatje een van alle koude
groenten gemaakte overheerlijke "crudité".
Woensdag 13 juni nemen we dan
definitief afscheid (voor deze vakantie dan). Wij vertrekken voor de
resterende 1½ week nog naar de Vendée en Bretagne, Dirk en Ingrid gaan
voor dat ze de vouwwagen bij Cees en Willeke terugbrengen(in Le Lonzac,
Corrèze) nog langs de
Gouffre de Padirac,
grotten die wij een andere keer op het programma hebben staan. (Als C.
een jaartje verder is met haar nieuwe knieën en conditie?) We proberen in het begin van
de middag als we aan de kust onder La Rochelle aankomen wat plaatsjes
uit en bekijken één camping. Hoe vol kun je iets bebouwen, nou dan moet
je daar gaan kijken. De vakantiehuisjes staan bovenop elkaar en sommige
campings liggen dus daar vlak naast.
Om op het strand te komen moet je
soms een stukje door het dorp met je spullen zeulen. Wij dus niet. We
willen hoger kijken en met een omweg belanden feitelijk "per ongeluk" op
het eilandje Île de Noirmoutier op de camping
“La Sourderie” (H)
De volgende dag
REGEN. De eerste druppels nadat we 2½ week geleden waren vertrokken. Dat
is eigenlijk altijd de reden geweest waarom we in deze tijd van het jaar
bang waren deze kant van Frankrijk op te gaan. Dit blijkt ook wel de
komende 1½ week. Het weer slaat om en de temperatuur daalt, het wisselt
van dag tot dag.
We verkennen de
volgende dag het eiland, zien de vele zoutpannen en kopen zout bij één
van de vele stalletjes. We zijn beiden gecharmeerd van het eiland en
vinden het heel apart.
C. gaat naar de
kapper, we lopen wat rond in Noirmoutier en eten een voortreffelijke
lunch.
Bij eb komen de Fransen
overal vandaan alsof er een sein is afgegaan. De meeste zijn bewapend
met schepnetten en hebben (lies)laarzen aan,
Ze komen maar voor één
ding; een maaltje kokkels of hoe al die schelpdieren ook mogen heten uit
de modder te scheppen. Werkelijk tientallen mensen staan zo uren in het
lage water te scheppen. Wij beperken ons tot het zoeken van mooie
schelpen
Vanuit een satelliet is zelfs
"de passage" te zien, hier ook waarschijnlijk bij laag water of dwars
door het heldere water. We wachten eerst totdat het nagenoeg geheel eb
is en als we aan de overkant de eerste auto's zien rijden gaan wij ook.
De weg staat dan nog gedeeltelijk onder water en we lijken wel een
speedboot. De passage is 4½km lang en voordat we aan de overkant zijn is
de weg geheel drooggevallen. Aan de overkant hebben we van een zalige
lunch genoten, voordat we dezelfde weg terugreden. Inmiddels waren de
drooggevallen zandplaten bevolkt met honderden schelpenzoekers)
Doordat het weer op een
gegeven ogenblik niet schijnt op te knappen, besluiten we een dag eerder
te vertrekken dan gepland. Binnen het ½uur hebben we opgebroken en zijn
we onderweg naar Noord-Bretagne.
We rijden dwars
door Bretagne via Rennes en komen uit bij St.-Malo aan de noordkust. Een
prachtige kust met vele hoge klippen en daartussen tientallen kleine
strandjes. We rijden door
naar St.-Cast-Le-Guildo waar enkele campings liggen. Camping
“le Chatelet” (I) doet ook mee aan de ACSI kaart,
iets waar ze beslist buiten zouden kunnen, gezien de hoeveelheid
organisaties die hier een tent, huisje o.i.d. verhuren. Wij vinden het
jammer dat steeds meer campings voor het grote geld kiezen, waardoor de
sfeer grotendeels
bepaald wordt door al die stacaravans, huisjes en tenten. Ook het soort
kampeerders is anders dan op "normale" campings. Alhoewel het een
schitterende camping is met een evenzo schitterende ligging, verkiezen
wij toch liever een kleinere gemoedelijke camping. De tijd dat alles
aanwezig moest zijn voor de kinderen hebben wij gelukkig gehad.
Hieronder het stadje
Dinan zonder T.
De oude binnenstad zou een waar voorbeeld geweest kunnen zijn voor Anton
Pieck. Ik vind het een beetje Engels aandoen. Kijk bv. naar die
schoorstenen bij de oudere huizen.
Als je een paar dagen in noord
Bretagne rondrijdt worden de dorpjes zelfs een beetje saai. Alles is
zo'n beetje in dezelfde stijl gebouwd, de kleur van de stenen en leien
daken, alles is hetzelfde. En als dan de zon niet schijnt, ziet alles er
ook somberder uit.
Later in de middag gaan we op
de terugweg langs St.-Malo. De grootste trekpleister hier is de oude
ommuurde binnenstad. Volg de bordjes "intramural" en je ziet vanzelf de
muren liggen.
Wij verkennen eerst, als
vanouds, de oude stad per auto, voordat we ergens een plekje vinden.
Vandaar komen we via één van de vele trappen op de muur, die je
helemaal kunt rond wandelen. Wij doen maar de helft en vinden het best.
Binnen de muren zie je allemaal statige hoge huizen in die
karakteristieke bouwstijl. Vanaf de muur heb je een mooi uitzicht over
de baai met vele eilandjes en en paar oude forten.
De volgende dag is een saaie
dag:
C. leest een zoveelste boek uit en ik verken de directe omgeving
van de camping per voet. De dag erna willen we toch nog de noordkust een
beetje meer verkennen en gaan richting Saint Brieuc, dat uiteindelijk
toch verder blijkt te liggen dan we van te voren denken. Vooral als je
kleine weggetjes neemt en af en toe ook nog eens uitstapt. Zo lopen we
over Cap Fréhel een rotspunt en tevens een natuurreservaat (hierboven),
rijden we een dik half uur over de grootste Municipal van Frankrijk (die
van Fréhel) met maar liefst 1000 plekken maar dan wel op 20ha. Voor
ieder wat wils en geen afgebakende plaatsen. We eten een pannenkoek met
warme appels en Calvados uit de streek, drinken een koffie op een terras
in Lamballe en algauw moet je het hele eind ook weer terug. Aangezien
dit de laatste dag was en de komende 2 dagen ook al de hele dag in de
auto gezeten moet worden, wil ik deze rit niet al te lang maken.
Het zit er weer op.
We komen langs Mont Saint
Michel, rijden er op aan en vlak voor de parkeerplaats besluiten we met
caravan en al om te draaien. Massa's auto's en campers staan al op de
parkeerplaats, het begint te regenen en wij hebben zo iets van, dit is
niets voor ons. Dus de TomTom weer ingesteld en op naar Honfleur (J). Ook
daar is het erg toeristisch en de prijzen van zowel de campings in de
buurt als het drankje op het terras zijn er duidelijk op ingesteld. We
eten 's avonds het slechtste eten van heel de vakantie voor de hoogste
prijs en nemen nog een koffie en een ijsje toe op een terras wat nog
lekker in de zon lag. Niet doen dus. De prijs verpest je avond als het
al niet verpest was door het slechte eten.
ls je vanaf Honfleur de
snelweg op rijdt ga je de immens hoge "Pont de Normandie" over die op
zijn beurt over de Seine heen gebouwd is. Wat een enorm imposante brug
is dat.
We besluiten de hele Franse
kust omhoog te rijden dus over Calais en Duinkerken. Het is goede keus,
het is een heel rustige en mooie schone snelweg, behalve het laatste
stuk.
We eindigen de vakantie waar
we 30 dagen eerder begonnen waren en waar we vorig jaar ook waren
geëindigd: Axel
|