|
Een land waar we nog nooit geweest zijn, best spannend zo'n totaal
andere cultuur in een beetje oost Europese omgeving.
We komen de eerste dag na 940 km tot aan Ybbs an der Donau in Oostenrijk
en pakken daar een Gasthof "Zur Stadt Linz" geheten. Het straatje naar
het onderkomen is zo steil en door de regen is het zo glad geworden, dat
de wielen onder de auto doorspinnen. Met veel pijn en moeite staat de
auto met alles erop naast het Gasthof, feitelijk onbewaakt aan de
openbare weg.
De volgende dag moesten we nog maar 540km overbruggen voordat we bij
Henk en Hennie zouden komen aan het Balatonmeer. De grens bij Sopron
bleek echter een grote bottleneck te zijn en het duurde dan ook ruim 2
uur voordat we deze grens gepasseerd waren. We waren er al voor gewaarschuwd
dat het wel eens lang kon duren.
Vrachtwagens stonden soms tot wel 2 dagen te wachten.
Deze grens werd 3 weken later op 19 augustus
hèt symbool voor het vrije westen voor inwoners van de DDR toen deze
tijdelijk werd opengezet. Toen er geen reactie uit Rusland kwam zorgde dit voor
een kettingreactie en een versnelling voor de val van de Berlijnse muur
3 maanden later.
We kwamen laat in de middag aan op camping
Vadvirag aan de zuidkant van het meer. We hebben alleen de vouwwagen
opgezet zonder voortent omdat we maar 2 nachtjes wilden blijven. De
volgende dag zijn we met zijn allen naar een thermaalbad gegaan en
hebben daar de dag in de diverse zwavelbaden doorgebracht. Onderweg
hebben we voor het eerst illegaal 100 Duitse marken tegen Hongaarse
Forinten gewisseld (gemiddeld kregen we 8000 Forint tegen 100DM) zodat
we weer een tijdje vooruit konden en dat was langer dan we dachten in
dit goedkope land.
We wilden graag
het ongerepte oosten van het land zien, dus namen 2 dagen later we afscheid van de
Bruintjes. We waren koud en wel een uurtje onderweg toen we bijna een
frontale aanrijding kregen. Een ons tegemoet komende auto vond het nodig
om nog op het laatste moment in te halen en die
inhaalmanoeuvre raakte die auto met zijn wielen de berm van de weg met als
gevolg dat hij een lading grind over onze auto heen spoot. Een grote
knal was het gevolg en ons glazen zonnedak lag aan gruzelementen. De
kinderen waren zich rot geschrokken en waren aan het huilen, niet zo gek
ook want ze zaten onder
de glassplinters van het dak. Gelukkig is dit veiligheidsglas dus zijn
die splinters niet zo scherp. Het grind was tegen de onderkant van de
surfplank aangeslagen zo door het dak heen. Zo goed en kwaad als het kon
hebben we het glas opgeruimd en zijn doorgereden naar onze volgende
bestemming, Camping Sarud aan het Tisza meer. In de buurt van de camping hebben we bij
diverse garages geïnformeerd of er een ander dak te leveren was, maar
ze waren toen al blij dat ze auto's hadden in Hongarije, laat
staan auto's met een zonnedak. In de dorpjes
in het oosten van het land hadden we overigens veel bekijks met onze vouwwagen en auto met surfplank en fietsen erop. Met het
schoonmaken van de auto (overal vond ik nog splinters) en het maken van
een provisorisch dak, dat en waterdicht was en het een vakantie
kon uithouden, ben ik 2 dagen zoet geweest.
Op de dag was het goed warm (landklimaat) en hielden we ons lekker bezig
met zwemmen en surfen in de Tisza, 's Avonds koelde het goed af en waren
we blij dat er kampvuurtjes gestookt werden, ten eerste om warm te
blijven en ten tweede om de duizenden muggen te weren. 's Nachts was het
tegen het vriespunt de
eerste dagen en waren we niet blij dat we onze te dunne matrassen van de
vouwwagen hadden
thuisgelaten in ruil voor luchtbedden. Ik heb het niet gauw koud, maar
toen heb ik het koud gehad. De luchtbedden nemen de omgevingstemperatuur
aan en we hadden niets om te isoleren.
Vanuit Sarud hebben we diverse uitstapjes
gemaakt o.a. naar de stad Eger en natuurlijk een
dagtocht naar het
nationale natuurpark in Hortobágy. In het park op de puszta's van
Hongarije zijn nog vele verschillende bijzondere vogels, wilde paarden, koeien met
gedraaide horens en ook schapen die gedraaide horens hebben, te vinden. De herders
tonen in traditionele kleding nog hun kunsten te paard. Als je er in de
buurt bent een excursie die je, ondanks dat het heel toeristisch is, niet mag
missen. Op een kleine 10km van de camping vinden we een voortreffelijk
hotel/restaurant Hubertus, waar we vanaf dat moment elke dag eten.
Met zijn viertjes zijn we nog geen tientje kwijt voor een 3 gangenmenu
inclusief drinken.
Het vlees zie je zelfs binnen gebracht worden door de lokale jagers en
als je van wild houdt zoals ik, krijg je helemaal waar voor je geld. Op de
camping worden we 's zondags verblijd met een "kerkdienst" van 2
Nederlandse gezinnen die de warmte in hun tent trotseren en ruim een uur lang
het woord prediken en de camping overstemmen met psalmen en gezangen.
Dit hadden we nog nooit meegemaakt.
We ontmoeten
een Gronings stel Seine en Grita, waar we goed mee overweg kunnen en
waar we een paar dagen later nog mee naar Budapest rijden. In Budapest
hebben we gekozen voor camping Romai, een prachtige camping, keurig
sanitair, goed verzorgd in een parkachtige omgeving met aan de overkant
een mooi zwembad. We komen echter op de verkeerde dag binnen. Juist
de dag dat wij aankomen zijn de TT-races op de Hungaroring en de
camping is overspoeld met honderden motorbikers in koepeltentjes en Italianen met
tientallen campers, allemaal verzot op motorraces. Twee dagen later is
praktisch iedereen vertrokken en is de camping zo goed als verlaten. Wat een
verschil met het rustige oosten van het land. Maar goed, de camping is
uitermate geschikt om de stad te bezoeken. Praktisch voor de deur van de
camping stopt
een treintje, naar beneden de straat uit loopt de Donau en kan je een
watertaxi nemen en een gewone taxi naar de stad kost ook maar ƒ3,- Alle
3 de vervoersmiddelen hebben we uitgeprobeerd, waarbijen het treintje
feitelijk het lastigste was, want waar moest je nu een kaartje kopen? Pas in
de stad hadden we in de gaten dat je bij elke krantenkiosk een kaartje voor het
openbaar vervoer kon kopen en dat die niet op de tram/trein of bus te
verkrijgen waren. Ook in Budapest zijn taxichauffeurs gelijk aan hun
collega's in andere landen, ze proberen je op één of andere manier
altijd een beetje af te zetten.
Het is dat we al een paar keer eerder naar de stad gereden waren, want
een vrouwelijke taxichauffeur zou ons wel eens de stad laten zien en
beweerde dat hoe zij reed echt de kortste weg was. Toen
we zeiden dat ze niet meer kreeg dan een bepaald bedrag zette ze ons
snel op de juiste plek af en kreeg ook niet meer dan we met eerdere
ritten betaald
hadden.
20 augustus is St. Stefansdag en wordt de ‘heilige rechterhand’ van
koning Stefan I, een nationale relikwie, tijdens een optocht door de
straat gedragen. ‘s Avonds is er een prachtig vuurwerk boven de Donau.
Dat eerste wisten wij niet maar van het 2e hadden we gehoord, dus namen
we die avond weer een taxi naar het oude centrum van Pest om later die
avond vanaf de kade van de Donau het vuurwerk, dat vanaf de overkant vanaf
de hoog gelegen burcht werd afgestoken, te kunnen bewonderen. Wij waren niet
alleen en dat hebben we geweten. We hebben genoten van een werkelijk
prachtig vuurwerk, eentje zo mooi we hadden nog nooit eerder zo'n mooi vuurwerk
gezien. We probeerden toen het afgelopen was een taxi te krijgen terug
naar de camping. Dat lukte en lukte maar niet, nergens een taxi te
krijgen. Tot overmaat van ramp begon het ook nog eens te regenen en
probeerden we zo goed en kwaad als het kon te schuilen in portieken. We
waren er helemaal niet op gekleed dat het ging regenen, liepen nog in
onze bloesjes hadden geen jassen bij ons en we werden helemaal vuil van
de vieze gebouwen, die door roet aangeslagen van alle Trabantjes en
Wartburgs. Ten einde raad heb ik na 1½uur maar mijn duim opgestoken en
gelukkig stopte er al gauw een auto met een jonge knul erin die ons
helemaal terug bracht naar de camping. Van een vergoeding wilde hij
niets weten en hij was blij dat hij ons had kunnen helpen.
Vanaf Romai maken we nog een schitterende dagtocht via de Donauknie naar
Esztergom. De dom (de 2 na grootste ter werled na de St.Pieter en de
St.Paul) wordt groots gerestaureerd, maar wat we van binnen zien maakt
op ons niet echt indruk. Het stadje op zich ligt mooi gelegen aan de
Donau en vanaf de burcht op de heuvel heb je een mooi uitzicht over de
Donau en we zien nog de resten van de Maria-Valeria brug die in 1944
door de Duitsers is verwoest (pas in 2001 hersteld) en die een
verbinding was naar Tjecho_Slowakije.
De dag van vertrek heeft Carienne haar shag, een paar dozen
hulzenstoppers en een rolapparaatje weggegeven aan een man, die op de
camping zijn kleine pensioen aanvulde met het ophalen van lege flessen.
Hij en zijn vrouw leefden in een huisje op de camping en konden met
schoonmaakwerkzaamheden de huur net betalen. Dankbaar stond hij erop ons
de stad uit te loodsen, hoewel wij er alles aan deden om hem op andere
gedachten te brengen. In zijn rokende Wartburg reed hij ons vooruit naar
de rand van de stad, ons vriendelijk uitzwaaiend alsof we elkaar al
jaren kenden.
Aan het Balatonmeer sprak ik een tijdje met een
mijnbouwingenieur, die als 2e baan in het Russisch commentaar gaf op de
radio, zijn vrouw ook goed opgeleid had ook 2 banen en beiden hadden
samen met 4 banen nog niet het salaris dat ik met 38 uur verdiende. Dat
verklaarde ook wel een beetje het prijspeil in Hongarije in die tijd.
Aan het Balatonmeer teruggekeerd maar nu op
camping Aranypart in Siofok, ontmoeten we 2 collega's uit Wijk bij
Duurstede, die daar al een paar dagen stonden. De camping en het meer is
geliefd bij veel Nederlanders en dat is ook te zien op deze grote
camping. De laatste dagen van onze vakantie hebben we vooral besteed aan
zwemmen en surfen en uitrusten. We zijn 1 dag eerder vertrokken dan
gepland doordat het op een nacht verschrikkelijk ging regenen. Gelukkig
stonden wij op een soort terp, maar andere mensen in tenten waren minder
gelukkig en werden 's nachts verrast op binnen stromend water. De
eigenaar kwam er zelfs met pompjes aan te pas om de ongelukkige van het
water af te helpen. De voorspelling was dat het die komende nacht weer
zo slecht zou worden, dus zodra de tent van de vouwwagen droog was
hebben we de boel snel ingepakt en zijn aan het eind van de middag gaan
rijden. Aan het eind van de nacht heb ik nog een noodreparatie aan het
nooddak moeten doen om de regen buiten te laten. De noodoplossing had
het gelukkig bijna 4 weken uitgehouden, maar nu door de aanhoudende
regen was het toch enigszins doorweekt geworden en een beetje gaan
lekken.
Hongarije was voor ons de eerste keer maar voorlopig de laatste keer.
Qua natuur vonden wij het wel een mooi land, maar we vonden het een saai
land. Wat we vooral misten was een bepaalde sfeer, die je wel in
Frankrijk hebt. Dorpjes zijn uitgestorven, iedereen is natuurlijk aan
het werk, er zijn nagenoeg geen winkeltjes en een leuk terrasje is op
het platteland nergens te vinden. Een bezoek aan een stadje blijft dus
algauw beperkt tot het bekijken van gebouwen. Budapest is een prachtige
stad en zeker de moeite waard om daar nog eens naar toe te gaan. In
vergelijk met het platteland zijn er wel westerse prijzen.
De campings op het platteland zijn zeer eenvoudig, aan het Balatonmeer
hebben ze meer de westerse standaard, maar zijn ze zeer massaal. Het was
in ieder geval een bijzondere ervaring om zo'n land te bezoeken. Het
trekken met een vouwwagen is ons niet mee gevallen, het kostte telkens
zeker 1½ uur om alles in te richten en bij vertrek weer op te ruimen,
alhoewel wij de vouwwagen anders hadden ingepakt dan dat we deden als we
op een vaste stek zouden gaan staan.
Prijsindicatie van campings in Hongarije in 1989 ƒ3,- tot ƒ5,- p/n
|